Een zwak veld

In ronde 6 van de interne competitie speelde ik op donderavond 12 oktober tegen Maarten van de Vegt. Het is het eerste seizoen van Maarten bij onze vereniging en hij had door goed en nauwkeurig spel de koppositie bereikt. Maarten had wit en opende met d4 en speelde na mijn Pf6  de Trompowski aanval , namelijk 2 Lg5. Na  zet 15 van zwart stond de volgende stelling op het bord.

Ik vond dat ik wel goed stond met mijn mooie loper op f6. De computer is het met me eens en geeft zwart een voordeeltje van 0.59 (dus ongeveer een halve pion). Normale zetten voor wit in deze stelling waren bijvoorbeeld Pde4 of Tae1. Maarten speelde echter het ambitieuze f4 waarmee hij het veld e3 nogal verzwakte. Ik zag twee manieren om hiervan te profiteren, namelijk 16 Ld4schaak 17 Kh1 gevolgd door Te3 en zwart heeft een prachtige stelling met veel dreigingen. Ook 16 .. c4 17 Dg3 Db6schaak 18 Kh1 wederom gevolgd door Te3 leek mij zeer aantrekkelijk. Na een tijdje nadenken zag ik echter een derde mogelijkheid, namelijk direct . 16 Te3! Ik dacht dat Dxe3 de enige zet was waarna Ld4 volgt. Zwart heeft dan de dame tegen een toren en paard voor wit met nog steeds mooi spel en veel kansen voor mij. Ik had natuurlijk de tijd moeten nemen om alle drie de zetten nog eens beter te bekijken maar ik vond de Te3 zet zo leuk dat ik deze vlot speelde zonder nog even verder te rekenen. Ik had echter niet gezien dat wit niet verplicht is om op e3 te nemen maar 17 Pb3 kan spelen om de zwarte dame aan te vallen. Maarten speelde deze zet inderdaad en zwart was nu gedwongen om met de toren van e3 de witte dame op d3 te slaan, waarna wit uiteraard met het paard van b3 de zwarte dame op a5 nam. Gelukkig voor mij blijft er nog steeds een mooie stelling voor zwart over. Na 19 Lxc3 20 bxc3 (niet cxd3, want na 20 Lxa5 heeft zwart twee lopers voor een toren) en 20 Txc3 heeft zwart een gezonde pion gewonnen. Verder heeft wit nog zwakke pionnen op a3 en c2 en na nog 27 zetten had ik de vis op het droge!  

Wim Hennink